Two Worlds voor de Xbox 360 had een paar maanden geleden al uit had moeten komen, maar de game werd keer op keer uitgesteld. Nu het spel dan eindelijk in de winkels ligt, is het onvermijdelijk vergelijkingen te maken met die andere ‘Free Roaming’ console-RPG, het fantastische Oblivion. Het is dan ook overduidelijk dat developer Reality Pump het huzarenstukje van Bethesda als grote inspiratiebron gebruikt heeft. De grote vraag hierbij is natuurlijk of Two Worlds zich ook daadwerkelijk kan meten met Oblivion…

Zoals het een goede actie-RPG anno 2007 betaamt zit de enorme open spelwereld van Two Worlds, genaamd Antaloor, tjokvol met allerlei missies, monsters en magie. De ontwikkelaars claimen hierbij dat het speelgebied qua oppervlakte zelfs een kwart groter is dan dat in Oblivion, en daarin zouden ze best eens gelijk kunnen hebben. De rode draad die jouw personage moet volgen om balans binnen de virtuele grenzen van Antaloor te brengen, is de zoektocht naar je ontvoerde tweelingzus. Uiteraard ben je hiermee een flinke tijd zoet, zeker als je bedenkt dat je virtuele ‘ik’ vaak nog te zwak is om vijanden in bepaalde plaatsen weerstand te bieden. Het sterker maken van je spelpersonage is dus erg belangrijk en daarin gaat veel tijd in zitten. Het uitgebreide skill- en upgradesysteem in de game komt hiermee goed tot zijn recht, omdat de keuzes die je maakt er echt toe doen.
Toch moet ik duidelijk zijn: Two Worlds is niet van dezelfde klasse als Oblivion. Dit komt vooral door de ruwe presentatie en gebruikersinterface, die overduidelijk gemaakt is met de PC in het achterhoofd. De graphics van Two Worlds zijn een verhaal apart. De omgevingen zien er vaak mooi uit, met wisselende weersomstandigheden en bergen waarvandaan je een fraai uitzicht hebt op de bosrijke contreien onder je. Aan de andere kant heb je de lelijke vormgeving van de mensen en de vijanden. Veel personen in het spel zien eruit alsof ze een beroerte hebben gehad. Ook schokt het spel net iets teveel en zitten er regelmatig 'bugs' in, zoals iemand die plotseling door een muur heenloopt. Verder zijn niet alle subqueesten even interessant en zijn de stemmen van de meeste personages in het spel echt afgrijselijk slecht ingesproken. Denk hierbij aan een gortdroge voorlezing van een gedicht van Shakespeare en je komt aardig in de buurt.

Wanneer je als gamer echter geen problemen hebt met de ongepolijste afwerking, dan biedt Two Worlds je een meer dan aangename spelervaring. Bij vlagen heeft het zijn zaakjes zelfs beter op orde dan het almachtige Oblivion. Zo hield die game zijn spelers op een vervelende en kinderachtige manier bij de hand, waardoor een groot deel van het gevoel van ontdekking en onderzoek verloren ging. Ook is het eerder genoemde krachtiger maken van je personage in Two Worlds beter gedaan. Oblivion had namelijk een systeem waarin de vijanden synchroon aan jezelf sterker werden, dus maakte het eigenlijk niet uit of je spelfiguur de hele game lang op ‘level 1’ bleef steken.
Al met al komen mensen die met Two Worlds een tweede Oblivion verwachten bedrogen uit. Het spel is een stuk minder mooi vormgegeven en zal voor veel van de hedendaagse ‘casual gamers’ te moeilijk en ontoegankelijk zijn. Beschouw jij jezelf echter als een doorgewinterde Role-Playing gamer, dan biedt Two Worlds je uiteindelijk misschien zelfs wel meer rauwe voldoening dan Oblivion.































