
In het illustere rijtje van de X-men, Spiderman, Batman en binnenkort Iron Man kan met gemak onze Gallische vriend geschaard worden. Stuk voor stuk zijn ze onoverwinnelijke striphelden met een neusje voor avontuur en trotse hoofdrolspelers in één of meer films. Dat Asterix het met minder spektakel en dood en verderf moet doen is niet geheel zonder gevolgen. De films worden er namelijk niet veel beter van.

Onze blonde snorremans en ietwat mollige boezemvriend zijn alweer toe aan hun derde avontuur op film in Asterix en de Olympische Spelen. Een niet geheel toevallige keuze in een jaar dat de Olympische Spelen daadwerkelijk gehouden worden. Gelukkig hoeft het duo zich niet bezig te houden met mensenrechten en meer van dat geneuzel. In plaats daarvan hoeven ze er alleen maar voor te zorgen dat hun vriend Alafolix de Spelen wint en zo de hand van de Griekse prinses Irina.

Helaas voor Alafolix wordt prinses Irina (gespeeld door Vanessa Hessler en prinses kwaliteit waardig) ook begeerd door Brutus (Benoit Poelvoorde), de zoon van Julius Cesar. En wie het opneemt tegen Brutus, die neemt het op tegen het gehele Romeinse Rijk. Nou ja, in ieder geval een klein stukje ervan. Brutus is niet de meest geliefde persoon in het keizerrijk van onze Juul (Alain Delon) en juist dát maakt de film een stuk aangenamer om te kijken. De constante discussies en wisselwerking tussen Julius en Brutus zitten goed in elkaar en vooral Alain Delon zet een overtuigende Cesar neer.

Asterix (dit keer niet gespeeld door Christian Clavier maar door Clovis Cornillac) en Obelix (Gerard Depardieu)worden zelfs overschaduwd door deze twee Romeinen. Iets wat toch ongehoord is voor Asterixiaanse begrippen. Het is natuurlijk logisch dat onze twee toverdrank misbruikende vrienden worden uitgesloten voor de Spelen, want winnen doe je clean en fair. Maar dat ze daarom ook de film niet meer hoeven te trekken is misschien wat overdreven. De titel heet niet voor niets Asterix en de Olympische Spelen.

En ondanks dat de film erg meer dan goed uitziet, wat vooral komt door gedetailleerde decors en overtuigende special effects, komt hij echt niet boven de middenmoot uit. Daar zijn de grappen te geforceerd en net iets te flauw voor. De cameo’s van onder andere Zidane , Schumacher en Mauresmo zijn leuk gedaan, maar dergelijke verwijzingen vinden wij niet meer dan vanzelfsprekend in een Asterix film. Gaan kijken als je een echte Asterix fan bent, zo niet dan kan je in de zomer beter gaan kijken naar de echte Spelen.

De waardering voor de film is twee sterren, omdat Asterix toch een beetje krediet heeft verdiend... (P.B.)






























