Afgelopen zaterdag is het 24e Amsterdam Fantastic Film Festival afgesloten met Doomsday, de nieuwe film van Neil Marshall (Dog Soldiers en The Descent). Doomsday past in de lange rij AFFF-titels waarin het er niet bepaald rooskleurig uitziet voor de toekomst van de mensheid. Dit keer zijn het geen zombies of monsters die de mensheid naar de klote helpen, maar een dodelijk virus. Over originaliteit hoeven we dus zeker niet te spreken bij Doomsday.

Groot Brittanie wordt in het jaar 2008 geconfronteerd met een virus. In een poging het virus te stoppen, besluit de Britse regering om Schotland af te sluiten met een enorme muur en de geïnfecteerde aan hun lot over te laten. Wanneer het virus dertig jaar later toch weer opduikt in Londen, wordt een groep militairen de afgesloten zone ingestuurd om naar een antivirus te zoeken. Dit loopt echter niet als verwacht. De geïnfecteerde leven nog, ze zijn totaal verwildert en veranderd in bloeddorstige kannibalen.

Doomsday is een kruizing tussen 28 Days Later en Mad Max. Net zoals in Mad Max wordt de postapocalyptische wereld in Doomsday voornamelijk bevolkt door agressieve punkers met te veel tattoos en make-up. Dat werkte misschien nog in de jaren 80, maar anno 2008 heeft het geen toegevoegde waarde voor de kijker. De kostumering is verzorgd door de kostuum ontwerper John Norster, die ook verantwoordelijk was voor de kostuums in Pirates of the Caribbean: At World's End.

Het begin van Doomsday is wel aardig. De spanning wordt goed opgebouwd tot het moment dat de militairen zich aan de overzijde van de muur in het quarantaine gebied wagen. Zodra de verwilderde bevolking in beeld komt gaat het hard achteruit met de spanning. Het ene cliché volgt de andere op en dat komt de film niet ten goede. Er is geen ruimte voor diepgaande dialogen of spannende plotwendingen. Al met al is het een rommelige film geworden die hooggespannen verwachtingen snel doen vergeten. (M.H.)

Doomsday is vanaf 24 april in de Nederlandse bioscoop te zien.






























